Oefenen met een Wft Basis oefenexamen
Bijgewerkt op
Een goed oefenexamen voor Wft Basis lijkt zo veel mogelijk op het echte examen: 42 vragen in 120 minuten, 63 punten, en de meeste punten uit casusvragen over taak 1. Het CDFD publiceert zelf geen officieel oefenexamen of voorbeeldexamen. Alle oefenexamens die je online vindt, ook die van ons, zijn dus door anderen gemaakt.
Wat je van ons wel en niet krijgt
Op wftexamenoefenen.nl oefen je met eigen vragen. Die schrijven we op basis van de officiële eindtermen en toetstermen die vanaf 1 april 2026 gelden, en de wet- en regelgeving van 1 januari 2026. Het zijn geen vragen uit de examenbank van het CDFD, en we zijn niet aan het CDFD verbonden. Het examen zelf doe je bij een erkend exameninstituut.
Onze proefexamens volgen wel de vorm van het echte examen: 42 vragen, 120 minuten, 63 punten verdeeld zoals in de toetsmatrijs. Het CDFD werkt met deelpunten en legt de grens op 42,84 punten. Wij tellen in de proefexamens met hele punten en leggen de grens daarom op 43. Dat is net iets strenger, en dat is geen nadeel.
Waar de punten zitten
De toetsmatrijs van het CDFD laat zien hoeveel vragen en punten er per onderdeel zijn. Dit is de verdeling vanaf 1 april 2026:
| Onderdeel | Eindtermen | Vragen | Punten | Aandeel |
|---|---|---|---|---|
| Kennis en Begrip, taak 1 en 2 samen | 1a tot en met 1g | 21 | 21 | 33% |
| Professioneel gedrag | 4a | 2 | 4 | 6% |
| Vaardigheden en Competenties, taak 1 | 1a, 1b, 2a, 2b, 3a, 3b | 14 | 28 | 44% |
| Vaardigheden en Competenties, taak 2 | 1c tot en met 1g, 2c, 2d, 3c, 3d | 5 | 10 | 16% |
| Totaal | 42 | 63 |
Een kanttekening: de matrijs noemt bij de competentievragen van taak 2 zeven punten voor drie vragen. Met maximaal twee punten per vraag en een totaal van 63 komt het uit op zes. Wij houden zes aan.
De les uit deze tabel: van de 42 punten die je met casusvragen (PG en V/C) kunt halen, horen er 28 bij taak 1. Dat gaat over de financiële huishouding van de klant, betalen en sparen, rekenen, het intakegesprek, een balans of overzicht van inkomsten en uitgaven opstellen, en de klant informeren. Wie die onderwerpen beheerst, heeft al bijna twee derde van de punten die nodig zijn om te slagen.
Taak 2, met krediet, hypotheken, verzekeringen, toezicht en verzekeringsrecht, telt mee in de 21 kennisvragen en in vijf casusvragen. Het CDFD maakt daarbij geen onderscheid tussen taak 1 en taak 2, dus hoe die 21 vragen over de eindtermen verdeeld zijn, weet niemand vooraf. Je kunt taak 2 dus niet overslaan, maar je hoeft er minder casuswerk voor te doen.
Zo oefen je met een plan
- Maak eerst een volledig proefexamen zonder voorbereiding. Dan weet je waar je staat en welke eindtermen je punten kosten.
- Oefen per eindterm en begin bij taak 1. Lees bij elke fout de uitleg, ook als je het antwoord gokte en goed had.
- Train rekenen apart. Eindterm 2a vraagt eenvoudige berekeningen, bijvoorbeeld bij belastingen, de wettelijke verdeling in het erfrecht of verzekeringspremies. Gebruik dezelfde soort rekenmachine als op het examen: niet-programmeerbaar. Rond tussendoor zo weinig mogelijk af, want bij numerieke vragen is de foutmarge onbekend.
- Herhaal je fouten een paar dagen later, zonder eerst de uitleg te lezen.
- Doe proefexamens onder echte tijd. 120 minuten voor 42 vragen is gemiddeld bijna drie minuten per vraag. Een korte K/B-vraag kost minder, een casus met een rekenstap meer. Houd tijd over om de casustekst rustig te lezen.
- Mik op marge. Deelpunten vallen op het examen soms tegen, en bij sommige vragen geldt alles of niets. Haal je in proefexamens steeds net 43, dan is dat krap. Werk door tot je er een paar punten boven zit.
Waar je op let bij een oefenexamen
Niet elk oefenexamen dat je online vindt, past bij het examen van nu. Controleer bij elk aanbod:
- Staat er 42 vragen en 63 punten? Tot 1 april 2026 waren het 41 vragen en 62 punten.
- Wordt de stof van 1 april 2026 genoemd, of een ouder jaar?
- Krijg je bij elk antwoord uitleg, of alleen goed of fout?
- Zitten er casussen in met meerdere vragen over dezelfde klant?
Hoe het echte examen precies werkt, met de vijf vraagsoorten, lees je in het examen Wft Basis. Hoe het CDFD deelpunten en je cijfer berekent, staat in wanneer ben je geslaagd. Alle onderwerpen per eindterm vind je in de eindtermen van Wft Basis.
Wil je zien hoe onze vragen eruitzien? Doe de gratis oefentest. Daarna kun je een training kiezen met de volledige vragenbank, oefenen per eindterm en proefexamens.
Bronnen: cdfd.nl (Samenstelling initiële Wft-examens vanaf 1 april 2026 met de toetsmatrijs Basis, Eindtermen en toetstermen module Basis vanaf 1 april 2026, Puntentelling per vraagsoort, Kandidatenbrochure initiële examens 2.1) (geraadpleegd oktober 2026).
Veelgestelde vragen
Heeft het CDFD een officieel oefenexamen Wft Basis?
Nee, het CDFD publiceert geen officieel oefenexamen. Oefenexamens online, ook die van wftexamenoefenen.nl, zijn door anderen gemaakt.
Welk deel van Wft Basis telt het zwaarst?
Volgens de toetsmatrijs horen 28 van de 42 casuspunten bij taak 1: financiële huishouding, betalen en sparen, rekenen, intake en klant informeren.
Hoeveel tijd heb je per vraag op het examen?
120 minuten voor 42 vragen is gemiddeld bijna drie minuten per vraag. Casusvragen met een rekenstap kosten meer tijd dan korte kennisvragen.
Vragen laatst gecontroleerd: oktober 2026.